Waarom je dik wordt is vet ingewikkeld

POSTED BY Lisette Stil | apr, 25, 2019 |

Waarom kan de één eindeloos eten en komt de ander aan van de lucht? Wie zich in vet verdiept, maakt een reis door het lichaam.

Elke dag maken we meer dan 200 voedselkeuzes. Ontbijten met havermout of een croissant? Pindakaas of jam, op wit of volkoren? Eerst ei en dan een cracker of andersom? Nog één schep aardappelpuree? Nog één wijntje voor het slapengaan? Cola om de nachtdienst door te komen? Zelfs wanneer je wat eet en in welke volgorde maakt uit voor de stofwisseling. De meeste beslissingen nemen we onbewust. Sommige met ons volle verstand. En iedereen weet: als je te lang meer brandstof binnenkrijgt dan je verbrandt, word je dik. Maar wat maakt dat de een dik wordt en de ander niet? Wilskracht? Aanleg?

 

Als het zo simpel was, was Vet belangrijk een folder geworden. Maar Mariëtte Boon en Liesbeth van Rossum schreven een boek van 288 pagina’s over lichaamsvet en voeding, verbranding en verborgen dikmakers. Als je dat uithebt, weet je in elk geval: het is vet ingewikkeld.

In het Erasmus MC vertellen hoogleraar en internist-endocrinoloog Van Rossum en Boon, internist in opleiding in Leiden, over het boek. Boon heeft haar dochtertje van acht weken meegenomen. Ze heeft vast nog veel bruin vet, zoals alle baby’s. Boon is gepromoveerd op dit bijzondere vet in ons lichaam dat actief wordt als je in de kou zit en helpt om vetten opgeslagen in gewone ‘witte’ vetcellen te verbranden. Volwassenen hebben maar een paar honderd gram bruin vet. Maar wie twee uur per dag bij 17 graden doorbrengt, kan toch 200 kilocalorieën extra verbranden, 8 kilo vet op jaarbasis. Dus fiets zonder sjaal naar je werk en laat de kinderen gerust zonder jas buitenspelen.

 

Het boek is geschreven voor gewone lezers, maar ook voor (huis)artsen die, zegt Van Rossum, overgewicht vaak onbesproken laten of vinden dat de verantwoordelijkheid niet bij hen ligt. Van Rossum is stellig als artsen zeggen dat obesitas gemedicaliseerd wordt. „Het is andersom! Overgewicht kan mensen ziek maken. Artsen zijn misschien bang voor de beerput die ze opentrekken. Of ze denken dat leefstijlverandering niet werkt, maar als je niet naar de oorzaken van de klachten én van overgewicht kijkt, blijf je dweilen met de kraan open.”

 

Een voorbeeld: veel mensen met obesitas die met astmatische klachten bij de dokter komen, krijgen prednisonkuren, neussprays of puffertjes met corticosteroïden voorgeschreven, terwijl dat type medicijn het hongergevoel kan aanjagen en tot een dikke buik kan leiden. „De helft van de mensen met obesitas gebruikt potentieel gewichtsverhogende medicijnen”, zegt Van Rossum. „En artsen staan lang niet altijd stil bij de wisselwerking tussen klachten, medicijnen en overgewicht.” Dan is het soms bijvoorbeeld geen echte astma, maar benauwdheid als gevolg van ernstig overgewicht.

 

Het boek legt tot in detail uit wat vetcellen zijn, hoe we vet opslaan en verbranden, hoe vet samenwerkt met het brein en de darmen, welke (600!) hormonen van invloed zijn, hoe vet ontstekingen in het lichaam kan veroorzaken. Je leest waarom het voor een dik kind, dat meer vetcellen aanmaakt dan een dun kind, veel moeilijker is een slanke volwassene te worden: die extra vetcellen raak je nooit meer kwijt. Nog zo’n deprimerend feit: bij mensen die veel gewicht verliezen met een crashdieet raken de eetlusthormonen vaak verstoord, met als gevolg meer honger, minder verzadiging en een lagere verbranding. Niet voor even, maar voor langere tijd, waardoor ze steeds minder moeten eten om niet aan te komen, terwijl ze altijd trek hebben. Dat maakt het gevecht tegen de kilo’s bijna bij voorbaat een verloren strijd. Boon: „Juist die mensen die het liefst willen, en het strengst zijn voor zichzelf, komen zichzelf het hardst tegen.”

‘Gewoon’ gezond eten en ‘gewoon’ bewegen

Bij vet denk je ook aan verzadigd en onverzadigd vet in voeding. Wat werkt nu beter om af te vallen: weinig vet of weinig koolhydraten? Daar gaan Boon en Van Rossum amper op in. „Bewust!” zeggen ze in koor. „Mensen vallen gemiddeld van beide diëten evenveel af. Maar wat voor de één werkt, werkt niet altijd voor een ander.” Er was een experiment met twee groepen, de ene volgde een low carb, de andere een low fat-dieet. Beide leverden gemiddeld 5 à 6 kilo gewichtsverlies op. Maar in beide groepen waren mensen die wel 30 kilo afvielen of die zelfs 10 kilo aankwamen. Van Rossum: „Belangrijker is dat de basis van het voedingspatroon gezond is. Gevarieerd en vezelrijk eten en niet te veel bewerkte producten.”

 

Van Rossum zegt steeds ‘gewoon’ gezond eten en ‘gewoon’ bewegen. Maar ze weet als geen ander dat een gezond gewicht niet gewoon is, als je ziet wat er in het lichaam allemaal mis kan gaan en hoeveel ongezond eten er overal te koop is. „Het is eigenlijk een wonder dat ‘maar’ de helft van de volwassenen overgewicht heeft.” Maar je hóéft al die troep toch niet te eten? Waarom mag je geen oordeel hebben over iemand die om half negen ’s ochtends met een half stokbrood filet americain in de trein zit? „Vraag je eens af”, zegt Van Rossum. „Zou jij zo’n groot stokbrood op kunnen? Ik niet, maar als je prednison slikt – om maar wat te noemen – kun je er wel vier op. Wilskracht bepaalt maar voor een klein deel hoe slank je bent. De omgang met prikkels en het gevoel van honger en verzadiging verschilt van persoon tot persoon. Bij sommige zeldzame afwijkingen is het alsof je in de woestijn loopt en een glas water ziet waar je niet van mag drinken.”

 

Natuurlijk zijn er mensen die simpelweg, zonder na te denken, te veel eten, maar je weet nooit wat erachter zit. „Gewicht is voor 60 procent genetisch bepaald. Slanke mensen halen zelf de normen voor gezond eten en bewegen ook vaak niet, maar hebben wel een oordeel over dikke mensen. Voor slanke mensen is het écht heel makkelijk praten, zij zijn genetisch beschermd.”

 

Ze kent genoeg mensen met overgewicht die nooit in het openbaar eten, uit angst erop aangesproken te worden. Want dat doen mensen. „Ze halen zelfs de boodschappen uit je kar, horen we van patiënten.” Boon en Van Rossum schrijven ook over fat shaming, „de laatste vorm van sociaal geaccepteerde discriminatie”. Maar pas in het laatste hoofdstuk „als je al begrijpt waarom mensen dik worden.” Van Rossum ziet het verdriet in de spreekkamer. Je billen niet kunnen afvegen, je veters niet kunnen strikken, terwijl je álles doet om af te vallen. De schaamte is enorm. Goed dus, die body positivity-beweging, die mensen helpt van hun lichaam te houden. Zolang het niet doorschiet, zegt Van Rossum. „Te veel vet is ongezond, je moet dik zijn ook weer niet promoten.”

 

Fidgeten (en andere vetlemma’s)

Het boek Vet belangrijk staat vol vetfeitjes. Een minilexicon.

Adenovirus-36 is een verkoudheidsvirus. Eenderde van de mensen met obesitas is ermee in aanraking geweest, bij slanke mensen is dit 10 procent. Er wordt een verband vermoed tussen dit virus en de obesitas-epidemie. De wetenschap werkt aan een vaccin.

Bioritme en obesitas hebben met elkaar te maken. Nachtelijk eten verstoort de stofwisseling en slaaptekort zorgt voor een stijging van hongerhormonen en een daling van de verzadigingshormonen. Mensen die in ploegendiensten werken hebben vaker overgewicht.

Cortisol is een stresshormoon waarvan je snacktrek krijgt als het te lang te hoog is. De helft van de mensen heeft een genvariant waardoor ze extra gevoelig kunnen zijn voor cortisol. Volwassenen met obesitas hebben vaak verhoogde cortisolwaarden. Onderzoek moet uitwijzen wat precies het verband tussen obesitas en cortisol is.

Fidgeters zijn friemelaars, mensen die voortdurend bewegen. Wie veel wiebelt, friemelt, kauwt en knijpt, verbruikt 20 à 30 procent meer energie dan de boeddha-achtigen. Fidgeters zijn vaak slanke mensen. Fidgeters lijken de nadelige effecten van de hele dag zitten te compenseren met hun beweeglijkheid.

Ghreline is het hormoon dat honger opwekt, het piekt voor de maaltijd en daalt erna. Proefpersonen die te horen kregen dat ze een hoogcalorische milkshake dronken, kregen eerder een verzadigingssignaal dan wie dacht een lichte shake te drinken. De shakes waren hetzelfde, maar groep 1 had een lager ghreline-niveau. Gedachten lijken dus het hongerhormoon te kunnen sturen.

GLP-1 en PYY zijn darmhormonen die na een maagomleiding méér worden aangemaakt. Ze maken dat de insuline-afgifte beter werkt waardoor mensen vaak meteen van hun diabetes type 2 genezen. En ze zijn sneller verzadigd. Wel krijgen de meeste mensen een tekort aan vitamines en mineralen na zo’n operatie. Ook komt zo’n 20 procent toch weer aan.

Hormoonverstoorders zijn stoffen als bpa. Ze zitten in plastics. Er zijn aanwijzingen uit dierproeven dat ze de energie- en vetcelhuishouding kunnen verstoren. Wetenschappers speculeren dat mensen met meer vet gevoeliger zijn voor deze stoffen.

Liraglutide is een medicijn dat lijkt op het darmhormoon GLP-1. Het remt de eetlust en het helpt buikvet te verliezen. Het wachten is op een combinatiepil die niet alleen de eetlust maar ook de energiebalans regelt. Obesitas-medicijnen gaan altijd samen met leefstijlverandering: gezonder eten en meer bewegen.

 

Bron: NRC